02/12/2021 om 18:10 uur.
Vandaag heb ik heel veel gehuild en ik voel me vol stress. Ik ben al meer dan een week bezig met prikken krijgen, mijn lichaam zit vol hormonen door de IVF. Gisteren liet ik aan Thijs zien dat ik heel verdrietig ben en bang ben voor de uitkomst. Ik kan geen injecties meer in mijn lichaam verdragen. Mijn angst voor injecties gaat niet weg, ook al doe ik het elke dag.
Ik heb begrepen dat ik de kans heb om te solliciteren naar mijn favoriete baan, maar mijn lieve huidige baas zit in een moeilijke situatie omdat ze met weinig personeel werkt. Dat geeft mij extra stress. Hoe kan ik haar vertellen dat ik met dit werk wil stoppen, terwijl ik weet dat zij nieuw personeel zoekt? Ze is altijd heel goed voor mij geweest en heeft mij ruimte gegeven om me te ontwikkelen. En nu moet ik tegen haar zeggen dat ik naar een andere plek wil gaan, waar ik eerder stagiaire was en waar ik het liefst werk.
Ik heb zin in Iraans eten. Ik wil bij mijn vader, moeder en broer zijn.
Ik kan niet helemaal mezelf zijn bij Thijs, omdat hij mijn gevoelens niet heeft. Hij kan altijd bij zijn familie zijn wanneer hij wil, en hij hoeft geen Iraans eten te eten. Voor mij is dat juist belangrijk, omdat ik daar goede herinneringen aan heb. Hij is een lieve en goede man, maar mijn gedrag tegen hem is soms slecht. Als ik hem niet zie, mis ik hem, maar ik wil niet met hem praten. Ik begrijp mijn eigen gevoelens niet.
Als ik hem zie, ben ik anders. Ik heb het gevoel dat ik een masker opzet bij hem en dat ik niet mezelf kan zijn. Jammer.
Ik ben vandaag boos, verdrietig en alles tegelijk. Hij heeft me vandaag een paar keer gebeld, maar ik heb niet opgenomen. Hij is nu terug naar huis en ik hoorde de deur. Hij ging de trap op. Hij gaat met mij praten, maar ik wil hem niet zien.Toch moet ik hem zien. Waarom ben ik raar geworden?
Hij heeft weer gerookt. Ik ruik het. Shit.
Hij heeft veel stress, dat zei hij. En hij zei dat hij niemand heeft om mee te praten. Hoe kan dat? Hij heeft vrienden en familie. Hoe kan hij alleen zijn, en ik ook?
Hij vroeg: “Wat ben jij aan het doen? Met wie ben jij aan het praten? Hey nana.”
Ik heb pijn. God helpen mij. Hij heeft ook pijn; zijn tand is eruit gehaald.
Ik moet stoppen met schrijven. 18:30 uur.